Dag Lisa,
Die vraag ga je iets gerichter moeten stellen, dit is wel heel erg open.
Gokje: je hebt het over energieniveaus van elektronen in hun baan rond de kern.
Net als bij satellieten rond de aarde geldt dat hoe hoger de baan, hoe meer energie het kost daar te geraken. De baanhoogte van een satelliet kun je in kilometers uitdrukken, maar je zou dat net zo goed in joules kunnen doen (Ez=mgh)
In tegenstelling tot satellieten zijn niet alle baanhoogten mogelijk. De mogelijke energietoestanden voor elektronen rond een waterstofkern vind je in BINAS in tabel 21a.
Voor andere atomen gelden andere energienveaus.
Door allerlei oorzaken kan een elektron eem baan verspringen. Daarvoor is dus steeds een zekere hoeveelheid energie nodig, of er komt daarbij een zekere hoeveelheid energie vrij. In het geval van satellieten zou bij een val naar een lagere baan die energie vrijkomen in de vorm van snelheid en warmte. In het geval van elektronen rond een kern zal een elektron die energie vrijspelen in de vorm van een foton, een lichtdeeltje dus.
Via E=hf weten we dat een foton met meer energie een hogere frequentie (en dus een kleinere golflengte) heeft. En zo komt het dat elke atoomsoort zijn eigen patroon van lichtkleuren uitzendt (en absorbeert). Voorbeelden van dat soort spectra vind je in BINAS. tabel 20.
Als bovenstaande niet is wat je bedoelde, leg dan maar eens uit wat je wèl bedoelt.
Groet, Jan