Aderverkalking (biofysica)

Onderwerp: Biofysica (vwo), Menselijk lichaam (havo)

Aderverkalking kan zeer schadelijk zijn, maar hoe schadelijk precies?

Deze opgave komt uit de lesmethode Overal Natuurkunde 5 vwo, uit het keuzehoofdstuk Biofysica. Uitgeverij: Noordhoff Uitgevers bv.

Een haarvat heeft een diameter van 0,040 mm. Het bloed stroomt er doorheen met een snelheid van 5,1 cm/s.

Vraag a. Bereken hoeveel mL bloed in een etmaal door het
haarvat stroomt.

r=12d=120,040 mm=0,020 mm=2,0105 m

A=πr2=π(2,0105)2=1,26109 m2

Q=Av=1,261090,051=6,41011 m3/s

=6,41011243600 m3/etmaal=5,5106 m3/etmaal

=5,5103 L/etmaal=5,5 ml/etmaal

Het haarvat vernauwt door aderverkalking. De diameter neemt met 50% af. Het debiet blijft gelijk.

Vraag b. Leg uit wat dit voor de bloeddruk betekent.

De stromingsgeleidbaarheid k van een dunner haarvat is kleiner. Volgens:

Q=kΔp

neemt bij een gelijk debiet Q de druk ∆p toe als k afneemt. De bloeddruk moet dus toenemen

Vraag c. Beredeneer hoe groot de stroomsnelheid in de vernauwing is.

Als d tweemaal zo klein wordt, wordt ook r tweemaal zo klein en A viermaal zo klein.

Volgens

Q=Av

moet bij gelijkblijvend debiet Q de snelheid dan viermaal zo groot worden:

v=45,1 cm/s=20 cm/s

Net zoals de continuïteitswet geldt ook de wet van Poiseuille slechts onder bepaalde voorwaarden. De stroming moet laminair zijn, dat wil zeggen dat er geen
wervelingen in optreden. In grote bloedaders is aan deze voorwaarde niet voldaan, maar in haarvaten wel.

Bovendien moet de vloeistof homogeen zijn. Bloed is niet homogeen. Het bevat immers allerlei bestanddelen, zoals de bloedcellen van dezelfde grootteorde zijn als de diameter van de haarvaten.

Dit verklaart waarom het bloed een grotere viscositeit (5 · 10−3 Pa s) heeft dan het plasma (1 · 10−3 Pa s), de vloeistof, die de bloedcellen meevoert.

Vraag d. Toon met de wet van Poiseuille aan dat de eenheid van viscositeit inderdaad Pa s is.

Er geldt:

Q=kΔp ,

met:

k=πr48ηl

[k]=[Q][p]= m3s1Pa1

Omschrijven van de tweede formule leidt tot:

η=πr48kl

dus:

[η]=[r]4[k][l]=m4m3s1Pa1m= Pa s

Het haarvat is 1,5 mm lang.

Vraag e. Bereken het drukverval over het haarvat als het nog niet is vernauwd.

k=πr48ηl=π(2,0105)4851030,0015=8,381015 m3s1Pa1

Δp=Qk=6,410118,381015=7,6103 Pa

Vraag f. Beredeneer hoe groot het drukverval in het haarvat is als het wel is vernauwd.

Als r 2 maal zo klein is, is k 24 = 16 maal zo klein.

∆p is dan 16 maal zo groot:

167,6 kPa=1,2105 Pa

Vraag g. Laat aan de hand van je antwoord op f zien dat je het vernauwde haarvat als ‘verstopt’ kunt beschouwen.

Het in f berekende drukverval is veel groter dan de druk die het hart, zelfs bij hoge bloeddruk kan leveren, bijvoorbeeld:

200 mm Hg=200133 Pa=0,26105 Pa

Er zal dus geen bloed door het haarvat stromen, of met een veel lager debiet.